#WhoMadeMyClothes # een goedbetaalde arbeidster

Toegeven, dat artikel van gisteren was eigenlijk niet super relevant, aangezien ik vrijwel nooit kleding maak. Ooit ga ik dat weer doen, als ik kleinkinderen krijg bijvoorbeeld, mocht ik eerder geen tijd hebben gecreëerd  Voorlopig profiteer ik dus vooral van andermans werk. Andervrouws werk, beter gezegd, namelijk de textielarbeidsters in verre kledingateliers. Daar betaal ik hen indirect goed voor, door te kopen van merken die hun werknemers een eerlijk loon geven. Fairtrade merken, die echt niet per se duurder zijn dan kleding van andere merken. 

Draag je kleding eens binnenstebuiten – en toon de buitenwereld wie je kleding heeft gemaakt.

BETAALBARE KINDERKLEDING

Kinderen groeien snel. Razendsnel. Eén keer knipperen met je ogen en ze hebben alweer een grotere maat nodig. De kleintjes dan toch. Op een gegeven moment kunnen ze in theorie hun kleding langer aan, maar dan verslijten ze hun kleren nog sneller dan ze groeien. De jongens in dit gezin toch, voor onze prinses is het een heel ander verhaal.

Natuurlijk ga ik dan aan de slag met verstellen en knielappen. Uiteraard hebben we onze eigen kringloop  voor alle kleding. Maar toch: er gaat een hoop geld naar kinderkleding, want ik ben zo kritisch dat ik niet altijd tevreden ben met hetgeen ik voor een symbolisch bedrag bij de kringloop vind of gratis krijg van kennissen.

Betaalbare kinderkleding vinden is dus noodzakelijk, anders trekken we het niet met vier kinderen en één inkomen. Grote ketens bieden vaak heel schappelijke prijzen – zij weten ook dat er elke paar maanden gewinkeld moet worden. Voor confectieprijzen is dit haalbaar voor gezinnen, dus het is logisch dat daar de kleding als warme broodjes over de toonbank gaan. Bovendien zijn deze winkels makkelijk bereikbaar, bepalen zij door hun massale aanwezigheid in elke winkelstraat mee het modebeeld én hebben ze ook gewoon vaak mooie dingen! Het is niet alleen makkelijk om daar te shoppen, maar ook leuk. Voor ons toch, voor de textielarbeidsters vaak wat minder…

Ik vind het de moeite om te investeren in eerlijke kinderkleding. Juist in kinderkleding. Niet alleen voor mijn kinderen, maar vooral voor de kinderen van de vrouwen die de kleding hebben gemaakt. Als hun moeder een loon krijgt waarmee ze genoeg heeft om haar gezin (mee) te onderhouden, komt dat vooral haar kinderen ten goede. Kinderen zoals die van mij, die net zo goed naar school moeten/mogen/kunnen, die willen spelen en vragen om aandacht, eten en veiligheid. Een soort Kinderen voor Kinderen dus, maar dan anders.

TE GOEDKOOP

Er is een heleboel (kinder-)kleding te koop die goedkoop is. Te goedkoop vaak. Niet zozeer voor de mensen hier, want ook hier is (verborgen) armoede. Nogal veel zelfs, in mijn wijk. Er zijn gezinnen waar passende kleding echt geen evidentie is. Ook voor deze kinderen moet kleding haalbaar zijn, ook voor hen is dat een basisrecht. Gelukkig voor hen kan je voor een prikkie een nieuwe outfit shoppen in discounters. Goedkoop tweedehands is immers niet altijd alles te vinden, en zeker oudere kinderen willen graag met de heersende mode meedoen.

Met “te goedkoop” bedoel ik het voor zo’n lage prijs verkocht wordt, dat er geen twijfel over bestaat dat er aan de arbeidsters geen leefbaar loon is betaalt. Winkels, magazijnen, distributiecentra, fabrikanten, …, allemaal willen ze hun deel van de koek krijgen, dus al hun kosten zitten mee in de uiteindelijke prijs doorberekend. Als een T-shirt dan maar een paar euro kost, kan je zelf wel bedenken op wie er is bezuinigd. Het kind aan het lageloonland is hier indirect te dupe van – maar wat als je moet kiezen tussen jouw kind of dat onbekende kind?

Mocht je het je kunnen permitteren, kies dan echter niet voor te goedkope kleding, de kans is groot dat het op oneerlijke wijze is geproduceerd.

TE DUUR

Ik ben fan van dure kinderkledingmerken, die koop ik heel graag tweedehands. Van de merken die ik dan koop zijn de stoffen zijn vaak van heel mooie kwaliteit, ze zijn verfijnd gemaakt en de dessins zijn doorgaans minder schreeuwerig dan van veel confectiekleding. Een mooie bijkomstigheid is ook dat er waarschijnlijk niemand anders uit de klas ook die trui heeft, want het is een te duur merk én het stamt uit een vorige collectie.

“Te duur” vind ik kleding die per stuk ons weekbudget voor boodschappen overschrijdt, bijvoorbeeld. Zo duur dat er zelfs tweedehands nog prijzen voor worden gevraagd die een grote keten niet eens voor een nieuw exemplaar ontvangt. Duur omdat het stukken van mensen kost om het te kopen. Of een klein stukje toch, als je bovenmodaal verdient. Ik kan en wil niet zoveel geld geven aan een kledingstuk dat binnen een vloek en een zucht te klein is. Of versleten.

Dure kleding geeft geen enkele garantie dat er een volwaardig loon naar de maakster is gegaan. Het kan ook zo zijn (correctie: het is vaak zo) dat er gewoon enorme winstmarges zijn voor de producent. Het is niet omdat je tientallen euro’s neertelt voor een rokje dat er een evenredig deel gaat naar de arbeidster. Wel is vaak de kwaliteit van de stoffen beter, waardoor de kleding langer mee kan gaan en er een serieuze kans is dat ze op de tweedehands markt een nieuw leven kan krijgen. Dit zeker geen regel, het is ook zeker geen reden om toch zoveel geld neer te tellen voor een designerstuk, maar het is een troost om te weten dat je niet altijd alleen betaalt voor het label.

EERLIJK GEPRIJSD

Te duur, duur, goedkoop, te goedkoop.
Het zijn maatstaven die alleen bestaan in vergelijking met je eigen referentie. Dat bepaalt wat je van een prijs vindt. Behalve dan of het eerlijk is, dat is een constante. Het geheim om die prijs te willen betalen is dan ook om dat voor ogen te houden.

Gelukkig heb ik er financieel de ruimte voor kunnen creëren om te investeren in eerlijk geprijsde kinderkleding. Een beetje toch. Een klein beetje. Zeker driekwart van hun kleding is namelijk tweedehands – als compensatie in kosten en materiaalgebruik. Slechts wat ik niet naar mijn goesting kan vinden op de tweedehandsmarkt vul ik aan met nieuw fairtrade stukken. Op jaarbasis gaat het om ongeveer 25 stuks, ondergoed en sokken niet meegerekend. Bij elkaar opgeteld geef ik echt niet meer geld uit aan kinderkleding dan een gemiddeld gezin. Voor 4 kinderen is dat nog wel te doen. Juist voor 4, want ik ben me er ook wel van bewust dat ik makkelijker investeer voor de oudste omdat ik weet dat het binnen het eigen gezin tot de draad versleten zal worden.

In sneltreinvaart is het immers te klein – en verslijten zal het sowieso.

Het is Fashion Revolution Week – een week waarin er extra aandacht wordt besteed aan de erbarmelijke werkomstandigheden in kledingfabrieken, naaiateliers en sweatshops. Draag je kleding eens binnenstebuiten – en toon de buitenwereld wie je kleding heeft gemaakt. #WhoMadeYourClothes?

Comments

comments

8 comments on “#WhoMadeMyClothes # een goedbetaalde arbeidster

  1. Helemaal mee eens.
    Ik koop ook zoveel mogelijk tweedehands, aangevuld met ‘fatsoenlijk’ nieuw, en ik denk ook dat het niet duurder uitkomt dan. Zelfs al heb ik maar twee kinderen, waarvan één jongen en één meisje. Maar bijvoorbeeld froy & dind heb ik gemerkt dat ik nog heel gemakkelijk verkocht krijg tweedehands. (Van andere merken is het niet eens de moeite om er tijd in te steken.)
    En oh, dat eeuwige verstelwerk… Het heeft nog lang geduurd hier eigenlijk, maar nu is het ook één en al kapotte knie dat de klok slaat.

    1. Op een tweedehandsbeurs wordt vanalles verkocht, maar online verkopen inderdaad enkel maar bepaalde merken. Zelf geef je waarschijnlijk ook bepaalde merken in als je zoekt naar kleding op 2dehands. Lastig is dat!

  2. Ik zou graag verantwoord geproduceerde kleding kopen voor mijn zoon. Hij draagt maat 140 en ik vind het echt enorm lastig om geschikte merken te vinden. Voor baby’s en peuters is er genoeg, voor zijn leeftijd niet of ik zoek niet goed genoeg. Als je tips hebt, houd ik me aanbevolen! Nu koop ik vaak kleding van dure merken (ik ben ook erg kritisch wat betreft kwaliteit), die ik aan mijn neefje doorgeef als mijn zoon eruit gegroeid is of verkoop via marktplaats. Zo krijgt het in ieder geval een tweede leven, maar er is ruimte voor verbetering.

    1. Mijn oudste zoon draagt ook 140, en daar is het aanbod inderdaad niet zo groot voor.
      Ik koop graag Froy & Dind voor hem, daar zijn we beiden enthousiast over. Zij hebben het GOTS-certificaat voor hun kleding.
      Baba-babywear wordt hier ook enorm graag gedragen, en dat is wat vriendelijker geprijsd. Zij gebruiken enkel bio-katoen en zijn hard op weg om een certificaat te verkrijgen voor eerlijke kleding, maar dat is nogal een proces. Dit is het antworod dat ik per mail heb gekregen toen ik hier naar vroeg.
      Verder zou je eens kunnen kijken op goedvantoen.nl, zijn hebben ook een selectie van GOTS-merken.

  3. Mooi, kinderen voor kinderen. Dat is inderdaad wat mij betreft de essentie, eerlijke kleding is goed voor de vrouwen die de kleding maken, maar vooral ook voor hun kinderen. Zo doorbreek je de cirkel van armoede.

  4. Goed dat je hier over schrijft, het lijkt mij inderdaad lastig een huis met kinderen draaiende te houden als het allemaal best heel prijzig is. Ik zie ook vaak leuke kinderkleding tweedehands, dus dat lijkt mij ook wel leuk shoppen!

    1. De combinatie maken van tweedehands en eerlijk is inderdaad wat ik nu ook doe om het betaalbaar te houden. Ik zal de uitdrukking ‘tijd is geld’ dan maar niet toepassen 🙂

Comments are closed.