Wereld Waterdag

Wereld Waterdag morgen – een dag om wereldwijde watercrisis in het daglicht te stellen. De veranderende wereld brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor waterbeheer en sanitatie. Klimaatverandering, bevolkingsgroei en economische ontwikkelingen vragen om duurzame oplossingen om de wereld toekomstbestendig te maken. Het World Economic Forum stelde vorig jaar dat de watercrisis gezien wordt als het grootste risico voor mondiale ontwikkeling. Hoog tijd voor actie dus, anders zitten we straks allemaal met een zwemvest op het droge!

In 1993 hebben de Verenigde Naties 22 maart uitgeroepen tot Wereld Waterdag voor het creëren van bewustwording over de nationale en mondiale waterproblematiek. De VN omschrijft Wereld Waterdag als volgt. “A day to celebrate, a day to change, a day to prepare”. Elk lid van de VN heeft zich gecommitteerd om deze dag te benutten voor het creëren van bewustwording bij het brede publiek en sectorpartijen over de nationale en mondiale waterproblematiek door activiteiten te organiseren die passen binnen de nationale context. Jaarlijks heeft deze dag ander thema om een aspect van de wereldwaterproblematiek te belichten – in 2017 is het thema “Water and Wastewater”.

WATERCRISIS

In de natuurlijke waterkringloop stapelt water zich op in de vorm van wolken, valt het als neerslag op de aarde om vervolgens opnieuw te verdampen. Deze kringloop kan worden verstoord. Soms gebeurt dat door natuurlijke fenomenen, maar steeds vaker is de mens de oorzaak van verstoring. Verstoring treedt bijvoorbeeld op bij de bouw van stuwdammen of door irrigatie. De mogelijke gevolgen daarvan zijn verdroging en overstroming. Ook bij de grootschalige teelt van exportproducten wordt de waterhuishouding vaak verstoord.

Wereldwijd staan zoetwaterecosystemen onder druk. Een aantal grote rivieren bereikt tijdens het droge seizoen de zee niet meer, omdat er massaal water wordt uitgepompt. Ook meren, die 87% van het zoete oppervlaktewater bevatten, drogen uit. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de plaatselijke ecosystemen en de plaatselijke bevolking.
Het International Water Management Institute berekende dat 1,2 miljard mensen in gebieden met een tekort aan water leven. Dit zijn gebieden waar de watervoorraad (bijna) is uitgeput.

Ook in Europa kampen steeds meer regio’s met waterproblemen. Zelfs in Vlaanderen met zijn relatief vochtig klimaat is de druk op de watervoorraden erg groot. Door de hoge bevolkingsdichtheid, de intensieve landbouw en de hoge graad van industrialisatie verbruiken we veel water en krijgen de grondwaterlagen te weinig kans om aangevuld te worden met nieuw (regen)water. We spreken dan van waterschaarste – en toch blijf ik balen als ik door de gietende regen moet fietsen.

WATERVERBRUIK

Bij waterverbruik denken de meeste mensen aan de kubieke meters die ze jaarlijks op de afrekening van hun factuur zien staan. Water om te drinken, te koken, te douchen, te wassen, de toilet door te spoelen, de auto te wassen en de tuin te sproeien. Mocht je het geluk hebben in de gelegenheid te zijn om een regenwaterput te kunnen installeren, dan zal je verbruik al een pak lager liggen aangezien je dan geen kostbaar drinkwater door het toilet spoelt. In ons stadshuis kunnen we dit niet realiseren zonder een zeer grondige verbouwing – en dat is nu niet realistisch voor ons. In plaats van op de herkomst van het water concentreren we ons dus op het verbruik:

Bron: www.gemiddeldwaterverbruik.nl
  • Zowel in de keuken als in de badkamer hebben we een boiler van 5 liter. Zo hebben we onmiddellijk warm water en hoeft er niet eindeloos veel koud water te worden weggespoeld voor het is opgewarmd door de ketel. Natuurlijk kost dit ook energie, maar aangezien ik veel thuis ben gebruik ik heel vaak een klein beetje water…
  • Koken doe ik in grote hoeveelheden, dat kost me geen 1,4 liter per persoon.
  • Hoera voor alle goede voornemens om meer water te drinken – ik ga dus over die 1,8 liter heen! Mocht ik flessenwater drinken dan zou het volgens deze diagram lijken alsof ik goed bezig ben – maar laten we daar maar niet verder op ingaan…
  • Afwassen gebeurt voornamelijk door de afwasmachine, maar wel voor 6 personen tegelijk.
  • Wassen doe ik dan wel bijna elke nacht, maar wederom voor het hele gezin tegelijk. En ja, dat vele wassen komt ook door de wasbare luiers, maar het lijkt me beter dat ik dát doe dan dat ik de gemiddelde 5000 wegwerpluiers per kind zou hebben gebruikt…
  • Toilet. Tja, daar ga ik echt niet op bezuinigen.
  • De lavabo valt hier dus mee aangezien we een boilertje hebben. Zelfs met het hele gezin geraken we daardoor nog niet aan de 5 liter.
  • Douchen doe ik gemiddeld 3x per week. Wel lang, dat geef ik toe. Helpt het als Meneer V. en ik direct na elkaar douchen zodat de douche aan blijft staan en het water niet opnieuw verwarmd hoeft te worden?
  • De kinderen gaan 1x per week in bad – alle vier in hetzelfde water. Voorlopig vinden ze dat nog goed, gelukkig.

In Vlaanderen wordt jaarlijks zo’n 745 miljoen m³ water verbruikt. De gezinnen nemen daarvan ongeveer één derde voor hun rekening. Van het leidingwater alleen verbruiken de gezinnen bijna 60%. Het huishoudelijk watergebruik van de laatste generaties ligt veel hoger dan vroeger. Dit komt door het toegenomen comfort, maar ook doordat de huishoudens steeds kleiner worden. De ‘vuile’ was wordt sneller gewassen en we nemen vaker een bad of douche dan vroeger. Bij kleinere huishoudens zal verhoudingsgewijs meer water per persoon verbruikt worden dan bij grote gezinnen. Lang leve vier kinderen dus!

WATERVERONTREINIGING

Het thema van deze Wereld Waterdag is afvalwater. Als huishouden heb je namelijk niet enkel invloed op de hoeveelheid water die je gebruikt, maar ook op de mate waarin je het verontreinigt. Uitgedrukt in termen van de ‘zuurstofvraag’ van het afvalwater, zijn 60 à 70% van de lozingen naar oppervlaktewater afkomstig van huishoudens.

Een deel van deze verontreiniging is uiteraard niet te voorkomen: etensresten in afwaswater, uitwerpselen, detergenten,… Toch kunnen we in het huishouden veel doen:

  • Wasmiddel correct doseren: daardoor spaar je het milieu nog het meest. Het is trouwens een fabeltje dat ‘2 keer zoveel product 2 keer zo goed schoonmaakt’. Je moet vooral goed opletten bij geconcentreerde producten, de kans op overdosering is bij deze categorie het grootst.
  • De markt van de wasmiddelen is een zeer competitieve markt. Met dure reclamecampagnes wordt gestreden voor elk marktaandeel. Het goede nieuws is dat de markt schuchter in de milieuvriendelijke richting opschuift, maar het belangrijkste blijft: een zuinig gebruik. Daar wordt veel minder reclame voor gemaakt.
  • Je kan minder producten kopen. Onze winkels staan vol met de meest uiteenlopende schoonmaakproducten. De meeste ervan hebben we thuis niet nodig. Met enkele basisproducten kom je er echt wel. Zo vermijd je bijvoorbeeld het gebruik van agressieve schoonmaakmiddelen door regelmatig schoon te maken.
  • Maak je eigen schoonmaakproducten zoals wasmiddel, allesreiniger en toiletreiniger, dan weet je zeker dat er geen schadelijke ingrediënten inzetten.
  • Wil je het toch kopen, kies dan voor de minst schadelijke alternatieven – het etiket op het product vermeldt het percentage biologische afbreekbaarheid
  • Dat je schadelijke producten (white spirit, verfresten, …) niet in de gootsteen mag gieten maar bij het Klein Gevaarlijk Afval moet doen lijkt me logisch, al is het nóg beter als je het gebruik van zulke producten weet te vermijden. Moet kunnen.

VERBORGEN IMPACT

Hoewel het een goed idee is om de kraan dicht te draaien tijdens het tandenpoetsen en het overschot water uit de drinkbussen van de kinderen bij de planten te gieten, is die besparing in feite maar een druppel op een gloeiende plaat. De échte hoeveelheid water zit verborgen achter producten: de zogenaamde watervoetafdruk.

Een watervoetafdruk klinkt als een mirakel waardoor je op water zou kunnen lopen, maar eigenlijk is het de maat van een product, gemeten over de hele productieketen. Zo kost de productie van vlees veel meer water dan de productie van plantaardige voeding. De productie van een kilo rundvlees vereist in totaal 15.000 liter water, een kilo varkensvlees 6.000 liter en een kilo kip 4.300 liter. Van al het water dat we gebruiken, is één procent nodig voor het watergebruik in huis en maar liefst 43 procent is nodig voor de productie van vlees, eieren en zuivel.

Of wat dacht je hiervan?

Bron: OneWorld

WATERGEVECHT

Na de prijsvechter is het dus ook tijd voor een watergevecht… Kleine kindjes worden groot, en willen we ze ook in de toekomst ook nog mee uit varen nemen in een zoetwatergebied dan is het tijd voor actie. Meer minderen – minder meer.

Bronnen:

Ik vind de cijfers van het ‘virtuele water’ behoorlijk confronterend – en dat terwijl ik nu zo blij ben dat het eindelijk een dag niet regent! Het geeft me weer eens te denken hoeveel verborgen impact producten hebben, en hoe weinig ik daar vanaf weet. Hoeveel weet jij? En hoe waterbewust ben je?

Comments

comments