De rol van de consument bij duurzaam ontwerpen #5

#5 DE ROL VAN DE CONSUMENT ÉN DE ONTWERPER IN DE AFVALFASE

Zoals mijn dochter al liet zien is het beste ontwerp een product dat men helemaal niet wíl weggooien. Producten met een lange levensduur zijn in mijn ogen dan ook producten die voldoen aan de ecologische norm van een ontwerp. Een eerlijke herkomst is één ding, maar pas in de afvalfase komt de werkelijke waarde van een product aan het licht. Wat is gedoemd te worden verbrand of begraven en wat is nog herbruikbaar voor de toekomst? En wie is aansprakelijk voor dit verschil?

De consument gooit het weg dus hij is verantwoordelijk, toch? Maar de ontwerper heeft het bedacht dus is hij dan niet ook verantwoordelijk? Hoe zit het nu?

WAT VOOR EEN RUPS HET EINDE IS…

Waar het vroeger heel normaal was om meubels en spullen voor een leven lang te kopen, is dat een periode juist de andere kant op geslagen: alles moest nieuw, volgens de laatste mode, hip, snel, wegwerpcultuur. Tegenwoordig zien weer steeds meer mensen in dat er schoonheid schuilt in vakmanschap, dat de mooiste vondsten kunnen worden gedaan in kringloopwinkels en is tweedehands kopen al lang geen taboe meer. Sterker nog, ‘vintage’ is hipper dan de hype en originele producten uit de jaren ’40 t/m ’80 zijn vaak geliefder dan dat ze waren in hun geboortejaren.

Behalve dat men meer let op de levensduur van een product, is ook herkomst belangrijker aan het worden. Ecodesign doet het goed op de markt – wat het dan ook moge betekenen.

Maar hoe dan ook: ooit komt er een eind aan het leven van een product. In het beste geval is het omdat een item na vele jaren intensief gebruik volledig versleten is (zoals een van de vlinderstoelen van mijn opa laatst is doorgezakt). In het slechtste geval is de kwaliteit dusdanig waardeloos dat het al na korte tijd uit elkaar valt. En het meest zwarte scenario is dat een product een miskoop geweest blijkt te zijn en het ongebruikt op de afvalberg belandt.

… IS VOOR EEN VLINDER EEN NIEUW BEGIN

Wanneer een product zijn leven stopt, begint er een nieuwe fase voor de gebruikte materialen. Hoe simpeler een product in elkaar zit, hoe makkelijker verschillende materialen van elkaar gescheiden kunnen worden en hoe beter de grondstoffen kunnen worden hergebruikt.

‘Simpel’ wil niet alleen zeggen dat het eenvoudig te herleiden is tot de verschillende materialen, maar het is ook belangrijk dat de consument het gemakkelijk op de juiste plek krijgt om te recycleren. Vlaanderen mag dan zogenaamd voorop lopen met het scheiden van afval, veel mensen komen toch niet verder dan glas /oud papier /gft / pmd /restafval /grofvuil. Voor een kapotte tafel wil men nog wel naar het containerpark rijden (of het laten ophalen), maar een versleten tandenborstel belandt bij het gros van de huishoudens toch bij het restafval. En dat is jammer, want het materiaal van heel wat spullen zou nog best hergebruikt kunnen worden. Die weg is een stuk langer wanneer het eerst uit het restafval gevist moeten worden.

Materialen of spullen hergebruiken is een manier om de impact te verlagen. Het bespaart grondstoffen en energie en het is minder vervuilend. Maar zolang de welvaart en de wereldbevolking blijven groeien, zullen we meer grondstoffen nodig hebben dan er al gewonnen zijn. Upcycling, materialen hergebruiken, onderdelen hergebruiken, producten hergebruiken is dus maar een deel van de oplossing voor een duurzame aanpak van fabricage.

CRADLE TO CRADLE

Toch lijkt circulaire economie toekomst te hebben. In een circulair systeem behouden de grondstoffen hun waarde omdat producten en grondstoffen hergebruikt worden. Dit is beter voor het milieu: het grondstofverbruik daalt en er is minder afval. Innovatie is hierbij het sleutelwoord en bedrijven moeten op verschillende niveaus’s met elkaar gaan samenwerken om optimaal kunnen recycleren.

Het bedrijfsmodel dat hier bij hoort is dat niet het klant het eindproduct bezit, maar dat de producent eigenaar blijft. Leasen is het nieuwe bezitten. Producten kunnen zo aan het eind van hun levensweg ofwel gemakkelijk uit elkaar worden gehaald en de materialen opnieuw gebruikt, ofwel dienen ze organisch afgebroken te worden.

Dit vraagt om een systeemverandering – een verandering die alleen maar mogelijk is als hier een breed draagvlak voor is. Dat draagvlak bereikt men alleen maar door mensen gemotiveerd te krijgen om te kiezen voor eerlijke productie. Motivatie moet van binnenuit komen, dus mensen zouden geïnformeerd moeten worden over de mogelijkheid van een in theorie ‘oneindige kringloop’ van producten zonder dat daarbij afval ontstaat.

Om deze fase te verduidelijken heb ik een case bijgevoegd. Ik schreef al eerder over deze sacoche, maar inmiddels is de tekst herwerkt tot duidelijk voorbeeld van de rol die ontwerper én consument kunnen spelen bij ecodesign. Hier kan je dat lezen.

Deel 5 van een 6-delige minireeks over duurzaam ontwerpen – oftewel een pleidooi om de verantwoordelijkheid voor ecodesign meer bij de consument te leggen.

 

Zie ook:

Bronnen:

  • Michael Braungart & William McDonough, Cradle to cradle, Heeswijk (Search Knowledge B.V.), 2007
  • Bernard Mazijn, Van tekentafel tot afvalberg, Kapellen (Uitgeverij Pelckmans), 1994
  • Anouk Post, Ontdekkingsreis naar een duurzame wereld – inspiratie en vernieuwing in design, Arnhem (ArtEZ Press), 2016

Comments

comments