De Prijsvechter op de vensterbank

Wanneer ik in Nederland ben, verbaas ik me vaak als ik langs de huizen loop: vensterbanken vol gekleurde kaarsen op een dienblad (die nooit branden), twee dezelfde vazen (waarom zou je twee dezelfde kopen?), rieten hartjes, grijs, wit, houten letters (HOME, zodat je weet dat je niet gelijke huis van de buren bent binnengestapt), net-alsof-brocante, steigerhouten bordjes met Engelse wijsheden… Dat half Nederland dezelfde smaak heeft kan natuurlijk (al zou ik dan bij die andere helft horen) maar over smaak valt niet te twisten. Doe vooral wat je zelf wil, een huis is immers zo persoonlijk! Ik kon er mijn vinger niet op leggen waar het me dan toch niet lekker zat, tot ik de documentaireserie De Prijsvechter zag en bevestiging vond in mijn unheimliche gevoel.

De prijsvechter

Ik wilde dit artikel al weken geleden publiceren, maar ik was bang mensen te beledigen. Het gaat hier echter helemaal niet over smaak, maar over de herkomst van producten. Of die nu grijs of mosterdgeel zijn, in hartjesvorm of gestroomlijnd, tekst op een fotocanvas staat of op een letterbord, dat maakt allemaal niet uit. Het is alleen grappig dat nu juist de producten waar ik me vaak over heb verbaasd in de serie als voorbeeld worden genomen. Of grappig, eigenlijk is het helemaal niet grappig…

DE SERIE

De Prijsvechter is een driedelige Nederlandse documentaire over de prijs van goedkope spullen en de oorzaak en gevolg van de heersende goedkooplust. Het gaat precies over datgene waar ik een paar weken geleden een miniserie over publiceerde: de rol van de consument op de productie van goederen. Al had ik deze documentaire nog niet gezien toen ik deze artikelen schreef…

Televisiemakers Roland Duong en Marijn Frank gaan op onderzoek uit. De aangehaalde voorbeelden herken ik inderdaad vooral van onze bezoeken aan Nederland, al heeft Vlaanderen net zo goed woonclichés met dezelfde winkels en dezelfde hang naar goedkoop. Alleen zijn de huizen hier niet allemaal dertien in een dozijn, dat scheelt.

(via de titellinkjes kan je de afleveringen terugkijken)

Goedkooplust

Wat bepaalt de prijs? De hoogzwangere Marijn vraagt zich af hoeveel spullen ze eigenlijk nodig heeft voor haar nieuwe gezin. Ook wil ze weten wat haar kooplust drijft. Een hersenonderzoek brengt haarfijn haar onderbewuste prijsprikkels in kaart. Roland begint de speurtocht naar de herkomst van een goedkoop plastic lantaarntje. Hij gaat in gesprek met True Price, deze organisatie helpt bedrijven ook de verborgen kosten in de prijs te gaan berekenen. Ook gaat hij shoppen met de grootste fan van de Action om achter het succes van deze keten te komen. Om verder te komen in de goedkope spullen keten begint hij een eigen inkoopbedrijfje met de welluidende naam: Trupp.

Kopen we ons arm?

Heeft globalisering ons armer gemaakt? Roland volgt als inkoper het spoor van een goedkoop plastic lantaarntje. Hij komt terecht in de productieschuur van de wereld: China. Hoe wordt ons goedkope spul daar gemaakt? Iedereen kent ‘Made in China’, maar wat is er met ‘Made in Holland’ gebeurd? Welke oerhollandse bedrijven kunnen het nog opnemen tegen de Chinese reus? Marijn gaat op bezoek bij Rosti Mepal, de Nederlandse kunststof pionier waar iedereen wel iets van in de kast heeft staan. Roland gaat aan het werk aan de lopende band in een speelgoedfabriek. Hij bezoekt de grootste speelgoedshowroom van China en eindigt in de stad waar alle zaklantaarns van de wereld worden gemaakt.

Het plastic paradijs

Maakt onze koopzucht meer kapot dan ons lief is? De aarde lijkt er van al onze verspilling niet beter op te worden. Een hoofdrol is weggelegd voor plastic. Het wondermiddel van de massaproductie. Maar plastic is ook een plaag. Roland spreekt met een vooraanstaand geoloog die een nieuw tijdperk aankondigt: het Antropoceen. Het tijdperk waarin de menselijke productiedrift onze aarde ingrijpend en definitief heeft veranderd. Wordt de mens door zijn troepmakerij met uitsterven bedreigd? Marijn komt erachter dat plastic juist kan bijdragen aan duurzaamheid. Mede dankzij Nederlands ontwerptalent. Hierdoor geïnspireerd heeft ze een ontmoeting met de spraakmakende meubelontwerper Maarten Baas. Kunnen goed gemaakte spullen de economie en de aarde redden?

KRINGLOOP

Spullen worden vaak in zo’n impuls gekocht, in zulke grote getale, dat er toch ook weleens wat weg gedaan zal moeten worden, toch? Minimalisme heeft immers bijna evenveel aanhangers als goedkope Boeddhabeeldjes dat hebben, of niet?

Ook al is ‘kringen’ ‘hipper dan de hype’ (oftewel: winkelen bij de kringloop is populair), toch zuchten de kringloopwinkels onder de enorme lading spullen die ze dagelijks aangeleverd krijgen. Natuurlijk is het vele malen beter dat nog bruikbare goederen een tweede leven kunnen krijgen dan dat ze rechtstreeks worden weggegooid, maar het aanbod brol dat bij de kringwinkels terecht komt is eveneens zorgwekkend. Het is zo makkelijk om alles waar je op bent uitgekeken zomaar naar de kringloop te brengen, alsof het probleem (zijnde het bestaan van het product) daarmee is opgelost. Op een eerder artikel waarin ik schreef dat ik geen fan ben van al je overbodige ballast zomaar bij de kringloop brengen, kwam ook wel (terechte) kritiek. Dat ging er vooral over dat ik met mijn beleid door enkel ‘de restjes’ spullen naar de kringloop te brengen en de goede dingen weg te geven, ik het meuk-gehalte van sommige kringwinkels mee op peil hou. Dat was een ding waarover ik nog niet had nagedacht…

Nogmaals: beter naar de kringloop dan naar de vuilnisbak – maar wat met alle artikelen die bij de eerste eigenaar al het loodje leggen? Is dat niet meer zonde omdat het toch zo goedkoop was? Is dat niet meer zonde omdat het toch trendgevoelig is? Is dat niet meer zonde omdat het huis toch vol staat met een heleboel andere spullen? Is dat niet meer zonde omdat zoveel anders voor weinig geld te koop is?

Ik vind het zonde.

WOONCLICHÉS

Dat het hier gaat over een producten die meestal niet mijn smaak zijn is een subjectief gegeven. Uiteraard is het een vrije keuze hoe je je vensterbank inricht! En we zijn even goede vrienden als ik het anders doe dan jij, als iedereen hetzelfde zou doen zou ik net zo goed thuis kunnen blijven 🙂 De vraag is alleen: is vrije keuze voor een verweerd ogende lantaarn met uitgezaagd hartje ook een vrije keuze voor een eerlijke economie? Zouden consumenten niet beter moeten weten waar hun spullen vandaan komen? En wie zou ze dat dan moeten vertellen? En zelfs áls ze het zouden weten – zouden mensen dan de lokroep van goedkoop kunnen weerstaan? Kan ik ze weerstaan?

Ik denk dat ik een vrij bewuste consument ben. Er gaat momenteel nog altijd een stuk meer weg dan erbij komt en over het weinige dat ik koop ben ik bijzonder kritisch wat betreft herkomst, doel en toekomst. Tot op het irritante af kritisch, dat geef ik toe.

Aan woonclichés doe ik echter gewoon mee, want het mooie van clichés is dat zoveel mensen er in geloven. Dat zijn dingen die je in de boekskes ziet, keer op keer op keer op keer. Op den duur wen je eraan en ga je het mooi vinden. Denk maar aan alle hipster koffiebars die zogenaamd uniek zijn maar stiekem in grote delen van de wereld op elkaar lijken: allemaal verschillende stoelen die van de kringloop lijken te komen, prikkabels met lampjes, Perziche tapijten, gebloemde kopjes, vetplanten, palletten, bakstenen muur, industriële stijl. In tegenstelling tot de hierboven genoemde stijl lijken al deze barren uniek, maar stiekem hebben ze toch verdacht veel overeenkomsten.

Is dat erg? Helemaal niet! Het is logisch dat wat je om je heen ziet je smaak beïnvloedt. Bovendien kom ik vaak bij de kringloop, waar de woonclichés van gisteren vandaag in de aanbieding zijn. Het zogenaamde unieke, zelf samengestelde interieur is hip. Zelf samengesteld uit het aanbod dat voorhanden is dan – en dat zijn meestal de eyecatchers van wat ooit populair was. Zo uniek kan het zijn.

“Wooncliché? Ik doe mee!”
Zou ik dit als suggestie naar de Action sturen om op een volgende lading drijfhout te laten schilderen?*

Wij hebben maar een smalle vensterbank, zeker in verhouding tot de grootte van ons huis. Momenteel is het een wintertafereel waar de kinderen uiteraard ook mee mogen spelen. De houten dieren van Ostheimer zijn handgemaakt in Duitsland, de brokken glas komen uit de container van een glasfabriek, de kaart heb ik gekregen, het glazen potje kocht ik bij de kringloop, de kaarsen komen eveneens van de kringloop of kreeg ik cadeau en de kandelaars zijn de Avvento van Kähler – en behalve het tijdloze is daar niks duurzaams aan.
Wat heb jij op je vensterbank staan?

*Grapje!

Comments

comments

14 comments on “De Prijsvechter op de vensterbank

  1. Mooi artikel! Ik voel me vaak een snob als ik kritiek geef op action etc, niet op zijn minst door de blikken die ik krijg. Snap dus wel de terughoudendheid om dit artikel te schrijven.
    Voel me ook wel hypocriet als ik dan toch de action binnenstap voor hun washitape bv. Ik koop er ook bioafbreekbare vuilzakken, haha.

    1. Ik ben er pas één keer geweest, jaren geleden – en toen heb ik siliconen cakevormpjes gekocht 🙂
      Het scheelt ook wel dat er hier geen in de buurt zit, want ik zie dat mensen er fantastische knutselspullen vandaan halen die ik ook wel zou willen hebben hebben hebben! Ik hoef er dus geen moeite voor te doen om te winkel te omzeilen, wat misschien anders zou zijn als ik er regelmatig letterlijk langs zou fietsen.

  2. Die vensterbanken, dat vind ik ook zo verschrikkelijk. Gelukkig heeft niet iedereen in NL dat hihi. Ik merk bij mezelf een grote hebberigheid, als ik mooie dingen bij iemand op instagram zie wil ik het ook hebben. Maar tegelijkertijd ben ik in huis alle zooitjes waar ik niks mee heb aan het weg doen. En ook het speelgoed van de kindjes aan het uitzoeken. Van ons krijgen ze holztiger diertjes etc maar van de omgeving heel veel ‘zooi’.
    Ondertussen word ik steeds beter in minder kopen en het liefst koop ik 2e hands voor in huis. Maar als ik dan in een winkel zoals sostrene grene sta sla ik weer toe! Moeilijk hoor!
    Ik ga zeker de docu’s kijken.

    1. Precies daarom heb ik geen Instagram en kom ik eigenlijk nauwelijks meer in winkels 🙂 Als ik al iets ‘nodig’ heb bestel ik het online, waarbij ik nauwlettend een zoekfunctie binnen een webshop gebruik. Zo zie ik enkel datgene ik wil hebben, en kom ik minder in de verleiding. Bij de kringloop o.i.d. heb ik er al meer moeite mee, en koop ik sneller dingen die achteraf toch niet zo fantastisch blijken te zijn. Kwestie van keuzeverlamming en hebberigheid is dan niet ideaal.
      *of ik daarmee de hardwerkende middenstand kapot maak ik weer een ander verhaal, het is niet makkelijk om het allemaal “goed” te doen…!*

  3. Ik geef toe dat ik een paar van die clichés in huis heb, en dat ik die zo unieke industriële stijl, hum hum, toch wel mooi vind. Maar je hebt helemaal gelijk dat veel mensen (en ik ook soms) nog beter tien keer zouden nadenken alvorens iets in hun winkelkarretje te gooien. Ik probeer er op te letten dat ik alleen nog koop wat ik echt ga gebruiken maar ja, wat is écht nodig? Niet veel, in principe. Het is nog iets waar ik wat mee worstel als groene blogger.. maar het is een evolutie, een groeiproces bij mij, en juist dat documenteer ik ook op mijn blog.
    Sofie onlangs geplaatst…Groene shop ervaring: WaarMy Profile

    1. Je hoeft je zeker niet te verantwoorden voor clichés hoor, want die heb ik ook 🙂 Letterslingers bijvoorbeeld zijn ook verre van uniek, maar ik ben er blij mee!

      Het gaat er vooral om dat je inderdaad alleen maar koopt waar je écht gelukkig van wordt, wat het ook is. De aangehaalde voorbeelden zijn typisch dingen die je bij een prijsvechter vindt – dus goedkoop zijn – dus goed verkocht worden. Ik vraag me dan ook af of iedereen die ze in huis heeft het als waardevolle aanvulling ziet of dat het vooral meedoen-met-de-buren is…

      En ja, er is maar weinig écht nodig, maar een huis met enkel nuttige dingen is nu ook weer niet mijn ding. Een beetje aankleding kan ik dus wel waarderen.

  4. Ik moet em nog kijken, maar ben wel heel benieuwd!
    Ik heb planten in mijn vensterbank. Planten, fotos en kaarsen zijn mijn enige frutsels. En nog wat souvenirs van onze reizen.
    Je hebt ook wel een goed punt met niet alles zomaar naar de kringloop brengen, daar ga ik ook eens over nadenken..

    1. Ik vind het vooral een confronterend verslag – er worden namelijk geen oplossingen gegeven.
      Nu kan ik die oplossingen wel bedenken (bewuster en vooral minder kopen), maar als er zoveel mensen niet kunnen bedenken dat een plastic lantaarn van 1,50 geen eerlijke prijs is, dan kunnen ze wellicht ook niet zelf bedenken hoe we deze situatie kunnen veranderen. Of misschien kunnen ze het wel maar willen ze het niet, dat kan natuurlijk ook.
      Enfin, veel kijk’plezier’ gewenst!

  5. Ik kan me helemaal vinden in je artikel.
    We hebben bijvoorbeeld buren die echt doodgoeie mensen zijn, maar zich zo laten vangen door kortingen en acties in reclamefolders (en dat dan superenthousiast met ons delen, en het is zo moeilijk om uit te leggen dat we daar niet aan meedoen…). Ze komen dan met 2 grote zakken terug van de action, supercontent, want zo goedkoop, maar dan denk ik: je hebt wel in totaal zeker 50 euro uitgegeven aan allemaal dingen die je niet nodig hebt en die je nog veel energie gaan kosten (afstoffen, opruimen en er terug van af geraken). Dat vind ik helemaal niet goedkoop. De kosten voor onze maatschappij en planeet zijn torenhoog…
    Ik word ook steeds minimalistischer (was er ook een blogje over aan het voorbereiden).
    Mijn zwakke punt is knutselgerief; masking tape, stickertjes, leuk papier,… Ik gebruik ze ook wel allemaal, dat gebruik ik dan als excuus voor mezelf, is ook zo, maar misschien moet ik eens gewoon alles wat ik in huis heb eerst opgebruiken…
    Op mijn vensterbank ligt momenteel enkel een slinger happy lights, nog blijven liggen van kerst… Verder probeer ik zo weinig mogelijk op de vensterbank te zetten, want ze is smal en ik wil makkelijk het raam kunnen opendoen.
    Elders in ons huis staan natuurlijk wel dingen, maar bijna altijd met een verhaal… Marokkaanse glaasjes die we kregen van onze nieuwe buurman, een handgeblazen vaas die we kregen voor onze trouw, appelblauwzeegroene oude stella flessen die we hebben opgegraven bij werken in onze tuin, enz…
    Ik hou heel erg van mooie spullen en mooie interieurs, maar probeer toch te gaan voor minder en beter.
    Ik deed mijn thesis over “wonen in architecturaal spraakmakende woningen in de jaren ’60 en ’70” en het viel toen op dat mensen die hun huis helemaal laten ontwerpen en écht voor architectuur gaan, die drang om alles op te vullen met vanalles veel minder hebben (in vergelijking met de mensen in sociale woningen uit de jaren ’60 dan, waar alle woningen hetzelfde zijn, zoals in Nederland dus). De interieurs van de mensen die ik bezocht waren na 40 jaar nog nagenoeg hetzelfde. (en nog helemaal hip trouwens). Just like diamonds, design is forever, schreef ik toen. Nu je erover begint, ga ik daar nog eens opnieuw over nadenken en over schrijven.

    1. Oh, ik ben wel benieuwd naar die thesis! Wellicht interessant om stukken (herwerkt?) op je blog te zetten? 40 jaar dezelfde interieurs, dat is pas duurzaam 🙂
      Mijn probleem is ook dat ik zoveel hou van mooie spullen! Iets wegdoen met een verhaal is vele malen lastiger dan een 13-in-een-dozijn-ding… Verhalen doen zoveel met je thuis, zelfs als alleen jij ze kent.

  6. Bedankt voor de kijktip! Wij hebben 4 brede en diepe vensterbanken. 2 daarvan zijn volledig leeg, 1 vol planten en 1 met kattengerief (mandje, waterbakje…) Ik vind een raam mooier als de vensterbank leeg is en de focus op het uitzicht ligt. Maar da’s mijn persoonlijke mening en ik weet dat veel mensen mij ongelijk geven 😉

  7. Wat een leuke spulletjes op jullie vensterbank!

    Ik houd niet zo van veel decoratie, dus bij ons zijn de meeste vensterbanken leeg. Er is er eigenlijk maar eentje met een bonsai en een schaaltje met groeiende scheutjes op 🙂
    Silke onlangs geplaatst…Wat zit er in mijn tas?My Profile

Comments are closed.