Brief aan een dwalende gelovige

S. is 9,5 jaar. Sinterklaas is zijn beste vriend, dat zegt hij al jaren. Zwarte Piet is nummer 2, oma nummer 3, papa nummer 4 en ik nummer 5. Wat hij niet weet, maar wellicht wel bijna aan gaat twijfelen, is dat zijn beste vriend niet bestaat en zijn helper niet zwart is, maar wel heel veel op mama lijkt. Hij is niet meer diep gelovig, zonder spoortje van twijfel. Het fenomeen “hulpsinterklaas” is nu net gelanceerd en hij worstelt met de tegenstelling tussen wat hij hoort van leeftijdsgenoten en wat hij diep van binnen (wil) denken. Alle vragen die hij stelt over Sinterklaas lost hij nog zelf op: met zijn eigen kromme logica praat hij alles weer recht. Sinterklaas is geen collectieve leugen, want Sinterklaas brengt zoveel meer dan enkel Lego…

Lieve S.,

Je vraagt me of hoe het kan dat Sinterklaas ook wel Sint-Nicolaas wordt genoemd, omdat iemand toch alleen maar heilig kan worden als hij dood is. Je vindt het absurd dat Sint op één dag tegelijk in Nederland en tegelijk in België kan zijn. Alles wat niet logisch is, praat jij in één lange monoloog aan elkaar. Want babbelen en redeneren, dat zijn jouw sterke kanten.

Bestaat Sinterklaas nu of bestaat hij niet?
Waarom zeggen kinderen uit de klas en bij de Zeescouts dat hij niet bestaat? Je hebt hem toch zelf gezien en een hand gegeven? Je hebt je schoen gezet en die was de volgende ochtend gevuld. Je hebt de stoomboot zien aankomen en paardenvoeten op het dak gehoord. Hoe kan hij dan niet bestaan?!

“Je vader en moeder geven je cadeautjes”, zeggen de kinderen om je heen. Papa en mama zeggen juist dat Sinterklaas ze heeft gegeven. Hoe zit dat nu? Is papa of mama dan zogenaamd Sinterklaas?

Nee, ik ben niet Sinterklaas, en papa ook niet. Er is niet één Sinterklaas, er zijn er ontelbaar. Iedere vader of moeder is de eigen Sinterklaas van hun kinderen. Zij geven hen inderdaad de cadeautjes, maar tegelijk geven ze nog iets veel belangrijkers dan dat: onvoorwaardelijke liefde en geloof in elk kind.

De cadeautjes op 6 december, de pepernoten en lekkertjes in je schoen, de gedichten die je krijgt – ze komen allemaal van ons. Op dezelfde manier deden opa en oma dat voor mij, en opa Jan en de oude oma dat voor oma, toen zij nog een klein meisje was. Misschien wil je later als je groot bent toch kinderen, ook al zeg je nu van niet. Als je ze zou krijgen, dan ga jij dit ook doen voor jouw kinderen, en anders misschien voor de kinderen van je broertjes of zusje. Je zal ervan genieten om hen Sinterklaasliedjes te horen zingen bij hun schoen, vol spanning of er de volgende ochtend iets in zal zitten. Als ze slapen drink jij misschien wel het pintje op dat voor Piet bestemd is, net zoals papa dat nu bij ons doet.

Het kopen van cadeautjes en het strooien van pepernoten dat doe ik, maar daarom ben ik nog geen echte Sinterklaas. Sinterklaas is zoveel bijzonderder dan enkel een cadeautjes-gever. Zijn werk bestaat al veel langer dan dat wij leven. Wat hij doet is simpel, maar heel mooi: hij leert kinderen om te geloven in iets wat ze niet kunnen zien.

Het is een flinke klus, en een heel belangrijke. In je leven moet je namelijk kunnen geloven: in jezelf, in je vrienden en familie, in wat je allemaal kunt. En je moet ook kunnen geloven in iets dat alleen in je hoofd bestaat: liefde. Dat is de grote kracht die je leven licht zal brengen van binnenuit, zelfs in de donkerste en moeilijkste momenten.

Daarom help ik Sinterklaas, zodat je weet dat je altijd op mij en papa kan rekenen, heel je leven lang. Wij geloven in jou, net zoals jij in Sinterklaas geloofde. Je kan het niet zien, je kan het niet vastpakken, het geloof verandert misschien, maar de kracht van de liefde blijft altijd. Dat heeft niks met Lego te maken, maar wel met jouw gelukkig maken. Met een beetje speelgoed en heel veel liefde.

Sinterklaas is een voorbeeld voor ons, en ik probeer hem na te doen om jou rijker te maken.
Ik wil je vreugde geven – en jij wordt blij van Lego.
Ik wil je geloof schenken – denk maar aan hoe spannend het is als de stoomboot aankomt.
Ik wil je hoop geven – weet je nog, al die ochtenden dat je met kloppend hart beneden kwam als je je schoen had gezet?
Ik wil je fantasie prikkelen – je hebt de paardenvoetjes op het dak toch echt gehoord?
Ik wil je leren genieten van de voorpret, het ergens naar toe leven en voorbereidingen treffen.
Ik wil je leren dat het fijn is om te geven, en dat je dankbaar mag zijn voor hetgeen je krijgt.

Nu ken ook jij het geheim. Het geheim van Sinterklaas en zijn vele hulpsinterklazen. Hij krijgt hulp van alle mensen die in hem geloven, of hij nu bestaat of niet. En dus help ik de Sint, net zoals andere vaders en moeder dat doen. Zo doen we samen iets wat anders onmogelijk zou zijn: zoveel kinderen tegelijk gelukkig maken.

Jij kan ook helpen, je hebt zelfs een heel belangrijke en speciale taak: ik vraag je het geheim van Sinterklaas te bewaren voor K., M. en F., tot ook zij oud genoeg zijn om het geheim te leren kennen. Laat hen nu nog geloven in de echte Sinterklaas.

Dus nee, ik ben Sinterklaas niet. Sinterklaas is liefde, wonder, geloof, goedheid en blijdschap brengen. Ik ben wel lid van zijn team. En nu ben jij dat ook.

alle liefs, mama

(inspiratie gepikt uit dit en dit boek)

 

Comments

comments

Geef een reactie